DRIELUIK OVER ROUW OM DIEREN

Bij de foto (2019): ik ben hier op het strand, verdrietig en verloren, samen met Pleun die net 16 jaar is geworden. Verdrietig omdat wij een paar dagen daarvoor haar 5 jaar jongere grote vriend de Wit hebben laten inslapen. Dit was niet zoals we het hadden verwacht en ondanks de wegwijzer zijn wij alle richting kwijt. Ik heb hier nog geen idee hoe ik verder moet...

In mijn Engelstalige scholing en bijbehorende literatuur op het gebied van rouw om dieren kwam ik steeds drie termen tegen die de processen rondom verlies beschrijven: ‘Grief’, ‘Mourning’ en ‘Bereavement’. In het Nederlands noemen wij dat allemaal ‘Rouw’. En eigenlijk is dat jammer omdat deze differentiatie waardevolle handvatten biedt om de processen die spelen bij verlies te begrijpen. Een stukje hiervan ga ik met jullie delen.

Maar eerst, wat betekenen die termen dan?
-Grief is de innerlijke en emotionele reactie op het verlies. Dit omvat alles wat daarmee gepaard kan gaan dus het psychische, emotionele maar ook lichamelijke reacties.
-Mourning is de expressie van het verdriet, het uiten naar de buitenwereld. Dit kan cultureel bepaald zijn en ook rituelen vallen hieronder.
-Bereavement gaat over het gegeven zélf dat je iemand bent verloren (‘beroofd’ van iemand die je lief hebt), over de tijd daarna en over het proces van reorganisatie. Hoe moet je verder?

Aan elke term zal ik een specifiek onderwerp koppelen
* Grief. Dit koppel ik aan het onderwerp de mens-dier relatie, de gehechtheid aan onze dieren en specifieke zaken die juist bij rouw om dieren spelen.
* Mourning. Ik ga in op niet-erkende rouw, wat rouw om dieren helaas vaak is.
* Bereavement, je hoeft niets af te sluiten, maar je moet wel verder. Ik vertel je over continuerende banden en hoe je dat kan helpen.

Ik hoop hiermee iets bij te dragen voor iedereen die hiermee te maken heeft. Of je nu zelf een dier verloren bent of dat je iemand in je omgeving kent die dat overkomen is. Drie blogs over rouw om dieren, onderbouwd met onderzoek maar tegelijkertijd toegepast op de praktijk en waar jij doorheen gaat of bent gegaan.

© Wendi van Voorst 2025
SCARF Oog voor de mens, daar waar het dier centraal staat

Dit drieluik mag vrij gedeeld worden mits integraal en ongewijzigd, met duidelijke vermelding van de auteur.

Gebruik in onderwijs, trainingen, lezingen of andere professionele contexten is alleen toegestaan na voorafgaande afstemming met de auteur.

Het is niet toegestaan om (delen van) deze tekst te hergebruiken, aan te passen of te presenteren als eigen inhoud zonder expliciete toestemming.

DEEL 1: ‘GRIEF’  EN DE MENS-DIER RELATIE

Bij de foto: Deze foto heb ik gemaakt in de week voor de dood van mijn geliefde hond de Wit en ik wist dat het de foto zou zijn bij de Facebookpost van zijn overlijden. Hij had een agressieve open tumor in zijn nek en droeg in zijn laatste maanden een sjaal i.p.v. een oncomfortabel verband. De tumor zou immers niet meer genezen en steeds groter worden. Ik vond het dus een mooi symbolisch beeld: alleen de sjaal nog op het plekje waar we zo graag samen kwamen. Toen ik de foto maakte was hij nog bij me. Sterker nog, ik moest hem steeds uit beeld dirigeren!  Is het gek om al voor zijn dood ‘De Foto’ te maken? Nee, het is onderdeel van anticiperend verdriet: ondanks de tegenstrijdige gevoelens op dat moment een normale reactie.

De relatie tussen mens en dier kan zo sterk zijn dat het rouwproces om een dier soms zwaarder aan kan voelen dan bij het verliezen van een mens. Dit kan komen door die sterke band, maar er zijn daarnaast ook nog een aantal specifieke zaken die spelen bij de dood van een huisdier die het extra complicerend kunnen maken. Maar laten we eerst kijken naar die speciale relatie.

Mens-dier relatie
Dieren maken deel uit van ons dagelijks leven en vaak ook van onze identiteit. Tachtig procent beschouwt het huisdier als volwaardig gezinslid. Wat het meest genoemd wordt is de onvoorwaardelijke liefde, iets wat in menselijke relaties niet altijd even vanzelfsprekend is. Een huisdier kan een bron van veiligheid zijn en tegelijkertijd een wezen dat onze zorg nodig heeft. Dat raak je allemaal kwijt: het samenleven, de routines, de zorg, de verantwoording en die waardevolle onvoorwaardelijke liefde.

Psychologisch gezien kunnen dieren zelfs een rol vervullen die vergelijkbaar is met die van een hechtingsfiguur. We zoeken vaak troost, veiligheid en nabijheid bij hen en dit zijn precies de elementen die in de hechtingstheorie worden beschreven. Onderzoek laat zien dat mensen hun dier ervaren als een veilige haven in tijden van stress, van waaruit ze hun leven weer kunnen vormgeven. Bij de dood van je dier valt er dus zoveel meer weg dan ‘gewoon een hond’.

En dat is geen nieuw inzicht: al dertig jaar geleden beschreven onderzoekers dat het verdriet om een huisdier net zo reëel en intens kan zijn als bij het verlies van een dierbaar mens. Je vraagt je af waarom mensen die hun huisdier verliezen nu nog steeds tegen een muur van onbegrip oplopen en te maken hebben met wat men noemt niet-erkende of miskende rouw. Het veroorzaakt zoveel vermijdbaar leed…maar daarover morgen meer.

Extra lastig
Naast deze miskende rouw speelt er nog een aantal factoren mee wat het zo ingewikkeld maakt. Niet zelden krijgen we te maken met schuldgevoelens, je dier is afhankelijk van jouw zorg, is jouw verantwoording en je hebt hem niet het eeuwige leven kunnen geven. We hebben het gevoel om voor God te moeten spelen bij de beslissing om wel of niet in te laten slapen. Maar ook bij een natuurlijke dood kunnen allerlei schuldgevoelens opspelen. We wéten dat we hebben gedaan of gelaten wat op dat moment het beste leek, met de kennis van dat moment, maar het voelt helemaal niet zo…

Iets anders dat schuurt zijn de verschillende tijdspaden. Op papegaaien en schildpadden na leven zij zoveel korter dan wijzelf. Wat voor hen een heel leven is, is voor ons slechts een levensfase. Wij kunnen dat helemaal niet bijbenen waardoor de dood veel sneller komt dan we gevoelsmatig verwachten. En dan heb ik het nog alleen maar over ouderdom en laat ongevallen en ziektes op jonge leeftijd buiten beschouwing. Maar ondertussen hebben we het wel te verwerken. Vaak voelt het verliezen van een dier dan ook als het afsluiten van een tijdperk in je eigen leven. Hebben wij niet allemaal dieren gekoppeld aan levensfasen? Toen mijn kat Tinus op 19 jarige leeftijd overleed dacht ik: ‘hij weet nog hoe ik was in mijn twintiger jaren’, dus dat begraaf je als het ware mee.

Je moet erover praten!
Dat is het advies dat vaak gegeven wordt. Dit wil ik zeker niet tegenspreken, maar ik wil er ook wat nuance in aanbrengen. Ja sociale steun is enorm belangrijk, maar je omgeving kan het je ook onbedoeld extra moeilijk maken. We kennen allemaal de gevleugelde opmerking: ‘dan neem je toch gewoon een nieuwe?’ Dan kun je beter stil onder een dekentje op de bank kruipen ja.

Hoewel rouwreacties universeel zijn reageert iedereen anders. De één slaapt met de as van het huisdier naast of in bed, de ander gaat direct alle spullen opruimen die aan het verloren dier doen denken. Het één is niet beter dan het ander en het zegt al helemaal niets over de mate van verdriet (als je dat al zou willen vergelijken). De hechting aan het dier is hierin een veel meer bepalende factor dan de coping van de rouwende. Net zoals dat de hoeveelheid tranen niet zoveel zegt over de hoeveelheid pijn (over huilen straks meer).

Vermijden kan een heel helpende en verzachtende manier zijn om het verdriet stapsgewijs toe te laten. Het is soms gewoon té heftig en dan is vermijden een noodzaak voor zelfbehoud. Binnen de Acceptance and Commitment Therapie wordt zelfs gezegd dat ‘experiëntiële vermijding’ (zo noemen ze dat daar) te verkiezen is als dit je helpt om naar je waarden te kunnen leven. Dan hebben we het uiteraard niet over vermijding die je leven en gevoelens verslechteren of over je kop in het zand steken. Wat ik hiermee wil zeggen is dat vermijding net zo goed een waardevolle plaats kan innemen als het aangaan en doorleven van je verdriet. En dat we dit dus ook niet aan anderen, al dan niet subtiel, moeten opleggen.

Ook is praten over je gevoelens niet hetzelfde als je pijn ontladen. Het is waar dat het onderdrukken van (pijnlijke) emoties grote problemen kan veroorzaken en dat het goed is om daar een uiting voor te vinden. Voor alle emoties, dus ook de verwarrende als opluchting of boosheid. Maar die uiting is niet altijd praten. Sterker nog: praten kan zelfs een vorm van het niet (willen of kunnen) aanraken van het verdriet zijn. Om je gevoelens volledig en goed te kunnen ontladen heb je een onvoorwaardelijke en veilige omgeving nodig…inderdaad. Precies hetgeen je nu zo mist van je huisdier.

Huilen lucht op
Maar waarom voel ik me dan zo ellendig na het huilen? Onderzoek van ‘huilprofessor’ prof. Ad Vingerhoets laat zien dat huilen helemaal niet altijd oplucht. Bij situaties die we niet kunnen beïnvloeden, zoals het overlijden van een dierbare, is de kans op opluchting zelfs klein. Om huilen te laten opluchten moet je paradoxaal genoeg eigenlijk een beetje lekker in je vel zitten. En daarbij is het dus helpend als de situatie oplosbaar of controleerbaar is, en juist dat ontbreekt bij overlijden. En als laatste is een belangrijke factor hoe anderen op jouw huilen reageren. En daar is ie weer: de niet-erkende rouw.

Wat ik heb geprobeerd met dit artikel is je meer inzicht in de verschillende processen te geven en hierbij iets verder te gaan dan de standaard teksten en aanbevelingen over rouw, al dan niet om dieren. Ik hoop je aan het denken te zetten, te voelen hoe dit met je resoneert, een paar clichés die naar mijn mening teveel druk op rouwende mensen leggen te nuanceren maar vooral ook om aan te geven dat ieders rouwproces anders is. Net zo uniek als de band die jij had met je dier.



© Wendi van Voorst 2025
SCARF Oog voor de mens, daar waar het dier centraal staat

Dit drieluik mag vrij gedeeld worden mits integraal en ongewijzigd, met duidelijke vermelding van de auteur.

Gebruik in onderwijs, trainingen, lezingen of andere professionele contexten is alleen toegestaan na voorafgaande afstemming met de auteur.

Het is niet toegestaan om (delen van) deze tekst te hergebruiken, aan te passen of te presenteren als eigen inhoud zonder expliciete toestemming.


Bronnen:
Walsh (2009), Human-Animal Bonds II.
Rockett & Carr (2014), Animals and Attachment Theory.
Gerwolls & Labott (1994), Adjustment to the Death of a Companion Animal.
Laing & Maylea (2018), They Burn Brightly, But Only for a Short Time.
Brown & Symons (2016) My Pet Has Passed.
Vingerhoets (2019), Tranen zeggen meer dan woorden. Afscheidsrede, Tilburg University.
de Mönnink (2017), Verlieskunde, methodisch kompas voor de beroepspraktijk.
Harris (2020), ACT in de praktijk.

DEEL 2: ‘MOURNING’  EN NIET-ERKENDE ROUW

Een speurweekend op Texel, dát stond nog op de bucketlist van mijn ongeneeslijk zieke hond de Wit. Maar hij ging sneller achteruit dan verwacht. Op woensdag liet ik hem inslapen, op vrijdag zat ik op de boot naar Texel met mijn andere hond die de dag erna 16 zou worden. Hoewel ik me er weinig van kan herinneren, iedereen kent die waas wel denk ik, zijn een paar dingen mij juist heel erg zijn bijgebleven.

Allereerst zorgde Nella, de speurjuf, ervoor dat er genoeg rust en ruimte voor mijn bejaarde hond was op het bivak. Ik zat in een klein groepje met lieve en bekende mensen die weten wat het is om je hond te verliezen. In een poging om de Wit er toch bij te laten zijn had ik een graflichtje meegenomen. Iedereen maakte zich er druk om dat het vlammetje bleef branden, wat in november op een eiland nog best een uitdaging is. Natuurlijk heb ik getwijfeld of ik er wel heen moest gaan, maar ik ben zo dankbaar dat ik ging. Het was een warm bad. En dát is wat ik me nog herinner van het weekend, de rest zijn vage flarden.

Niet-erkende rouw
Niet iedereen komt in zo’n warm bad terecht na het overlijden van zijn of haar dier. In de literatuur wordt als een van de belangrijkste problemen genoemd dat rouw om een huisdier vaak een vorm van miskende rouw is. Dit is rouw die niet maatschappelijk gezien of geaccepteerd wordt. Het gevolg van het niet kunnen uiten van je rouw aan de buitenwereld (=‘mourning’) is isolement en een gebrek aan sociale steun. Ook kunnen gevoelens als schaamte, schuldgevoel en zelfs het twijfelen aan jezelf een rol spelen. Als er iemand vraagt hoe het gaat dan zeg je ‘goed’ en deel je je rouw niet, uit angst niet begrepen of geridiculiseerd te worden. Het rouwproces kan hierdoor verstoord raken en het moeilijk maken om een goede coping te vinden om met het verlies om te gaan. Het is een risicofactor voor het ontwikkelen van gecompliceerde rouw, depressie, angst en zelfs suïcidegedachten.

Er zijn drie vormen van niet-erkende rouw:
De relatie wordt niet erkend.
De relatie tussen mens en dier wordt niet als belangrijk, niet waardevol genoeg beschouwd om om te rouwen. Je krijgt als het ware geen ‘sociale legitimatie’ omdat andere mensen (die vaak zelf geen dieren hebben) niet begrijpen dat de emotionele band met een dier net zo intens kan zijn als met een mens. Het typische: “dan neem je toch gewoon een nieuwe?” Dit is vaak ingrijpender bij mensen die alleen wonen en geen kinderen hebben.

Het verlies wordt niet erkend.
De dood van een huisdier hoort er nu eenmaal bij en ‘je hebt toch zelf ervoor gekozen om hem in te laten slapen?’ Maar ook na deze bewuste en liefdevolle beslissing is er natuurlijk reden tot rouw. Daarnaast is er niet echt een rouwritueel als een begrafenis of een herdenkingsdienst. Je brengt je dier naar het crematorium en haalt later de as weer op. En dat is het. Overigens zijn er nu in Nederland al een aantal dierenuitvaartverzorgers opgeleid. Hoewel dit nog in de kinderschoenen staat zijn er dus wel mogelijkheden. Kijk hiervoor op het Platform Als een huisdier doodgaat.

De rouwende persoon wordt niet erkend.
Een bekend voorbeeld is de persoon die rouwt om een ex partner. Bij de dood van een dier kan dit gaan om de buurvrouw die de kat elke ochtend aaide in de tuin, de hondenuitlaat of iemand die in het asiel werkt. Bij beroepen als dierenarts speelt de door de omgeving verwachte ‘professionele distantie’ mee. Het zou toch wel gek zijn als een dierenarts rouwt om een overleden patiënt. Tenslotte wordt soms bij kinderen, ouderen en mensen met een verstandelijke beperking de rouw geminimaliseerd, alsof zij niet kunnen rouwen.

 

Niveaus van empathisch falen
Maar hoe werkt dat in de praktijk? Het gebrek aan erkenning kan op verschillende lagen van ons leven doorsijpelen. Dit wordt empathisch falen genoemd: momenten waarop de omgeving (of wij zelf!) geen ruimte geven aan verdriet. Dat kan zich afspelen binnen jezelf, in je directe kring, in de samenleving of zelfs op spiritueel niveau. Dus de drie vormen die ik hierboven beschreef gaan over wát er niet erkend wordt bij rouw en deze niveaus over wáár dat dan gebeurt.

Jij en jezelf.
Je vind zelf dat je eigenlijk niet mag rouwen (‘stel je niet zo aan!’ ‘Ik moet niet overstuur zijn’ en andere niet-helpende dingen die je tegen jezelf zegt). Vaak is dit een miskenning die je hebt overgenomen vanuit je omgeving of je idee over hoe de maatschappij er tegenaan kijkt. Je onderdrukt je verdriet. Het kan ook dat je erdoor verrast werd, je had niet gedacht dat het zoveel impact zou hebben.

Jij en je familie.
Dit gaat om je directe omgeving: je familie, vrienden, misschien collega’s. Zij doen onhandige uitspraken (‘er zijn ergere dingen’ of ‘je moet door’) waardoor je je emotioneel in een isolement voelt. Er kan zelfs schuring ontstaan in een gezin, als de intensiteit van de rouw onderling verschilt. Zo wil bijvoorbeeld de één de as een mooie plek geven in huis en de ander vindt dat maar een macaber idee.

Jij en de gemeenschap.
Jouw rouw wordt niet erkend. Je krijgt geen rouwverlof en er bestaan niet echt rituelen of mogelijkheden om je dier te eren. Dat is allemaal maar ‘gek’ dus je houdt het voor je. Alleen een Facebookpost geeft je het gevoel dat je niet helemaal alleen staat. En als je het echt niet redt, meld je je ziek. Je zegt dan dat je grieperig bent i.p.v. de ware reden. Zelfs therapeuten erkennen niet allemaal de rouw om een dier en denken dat het dier vervangbaar is. Dit kan weer leiden tot schaamte en vertwijfeling en het niet durven uiten van bijvoorbeeld het feit dat je meer om je hond hebt gehuild dan om je oma.

Jij en het spirituele/religieuze kader.
In religies wordt er vaak vanuit gegaan dat wij boven de dieren staan, dat dieren geen ziel hebben. Dus vanuit de kerk krijg je geen echte erkenning. Maar ook in een niet kerkelijke, spirituele omgeving kan de overtuiging bijvoorbeeld zijn dat alles gebeurt met een reden. En dan kan de pijn enorm verwarrend zijn. Mag je verdriet wel bestaan? Want je moet er toch vrede mee hebben, erin berusten? Waarom ben je dan zo verscheurd van verdriet en kun je het niet ‘laten zijn’? Het is niet voor niets dat de metafoor van de ‘Regenboogbrug’ zoveel mensen aanspreekt.

Deze vier niveaus laten zien dat niet-erkende rouw niet een probleem van de rouwende persoon is, maar dat het op zoveel fronten zit ingebakken in onze sociale structuren. Pas als alle niveaus genoeg empathie en ruimte bieden (en ja, daar hoort dus ook zelfcompassie bij!) kan de rouw om een dier op een goede manier doorleefd worden. Er is dus nog een hoop werk aan de winkel om ook deze vorm van rouw erkend te krijgen en het de plek te geven die het verdient.

© Wendi van Voorst

SCARF Oog voor de mens, daar waar het dier centraal staat

Dit drieluik mag vrij gedeeld worden mits integraal en ongewijzigd, met duidelijke vermelding van de auteur.

Gebruik in onderwijs, trainingen, lezingen of andere professionele contexten is alleen toegestaan na voorafgaande afstemming met de auteur.

Het is niet toegestaan om (delen van) deze tekst te hergebruiken, aan te passen of te presenteren als eigen inhoud zonder expliciete toestemming.

Bronnen:
Doka (1999), Disenfranchised Grief.
Spain, O’Dwyer & Moston (2019), Pet Loss: Understanding Disenfranchised Grief, Memorial Use, and Posttraumatic Growth.
Neimeyer & Jordan (2002), Disenfranchisement as Empathic Failure: Grief Therapy and the Co-Construction of Meaning.
De Mönnink (2017), Verlieskunde, methodisch kompas voor de beroepspraktijk.

DEEL 3: ‘BEREAVEMENT’ EN CONTINUERENDE BANDEN

Bereavement, dat is de toestand of situatie, de hele periode na het verlies. Rouw is als een bal die je maar moeilijk onder water kunt duwen. Elke keer komt het weer aan de oppervlakte. Hoe harder je duwt, hoe krachtiger de bal weer boven water komt. Sommige mensen zeggen dat je los moet laten, maar dat betekent dat de bal van je weg zal drijven. Herinner je Tom Hanks in de film Cast Away? Hij ziet zijn bal, die hij Wilson genoemd heeft en zijn enige ‘aanspraak’ op het onbewoonde eiland is, uiteindelijk wegdrijven op zee. Een dramatische scène. Tegelijkertijd kan het teveel vastklampen aan iets of iemand net zo dramatisch zijn. Over dit spanningsveld zullen wij het gaan hebben in dit laatste deel van het drieluik over rouw om dieren. Want hoe mooi zou het zijn als de bal gewoon bij je in de buurt blijft drijven terwijl jij je leven weer leeft?

 

Er zijn heel wat modellen en theorieën over rouw en rouwprocessen, waarvan een aantal heel bekend is en er ook een stuk of wat in de loop der jaren zijn aangepast naar nieuwe inzichten. Zo heeft men losgelaten dat je chronologisch fasen zou doorlopen, maar het belangrijkste inzicht is wel dat rouw nooit klaar is. Je hoeft degene die je mist niet los te laten om op een ‘gezonde’ manier verder te kunnen, maar dat is wel lang zo gedacht. Het ene model legt meer de nadruk op het innerlijke proces, het andere meer op de aanpassing aan de nieuwe situatie. Modellen helpen om te kunnen begrijpen wat anderen ervaren. Want hoewel rouw universeel is, is het tegelijk een heel individueel proces. Dit komt doordat er allerlei factoren van invloed zijn, zoals de relatie met het overleden dier, je persoonlijkheid, je ontwikkeling, je sociale omgeving en beschikbaarheid van steun, of er nog andere stressoren zijn in je leven etc.

Een blijvende band
Ik ga deze modellen niet allemaal bespreken maar me richten op een relatief recente theorie, die van de voortgezette banden. Hoewel het helpend kan zijn voor sommige mensen, gaat dit dus niet over de ‘Regenboogbrug’ of over het zogenaamde dierentolken, hoewel beiden een onderdeel kunnen zijn. ‘Continuing bonds theory’ is een inmiddels goed onderzochte theorie waarbij er ook literatuur is die specifiek over het verliezen van een huisdier gaat. Dat is dus interessant, helpend en steunend voor ons!

Met voortgezette (of continuerende) banden bedoelt men dat de relatie met de overledene wordt voortgezet, maar wel verandert. Vaak wordt de connectie behouden d.m.v. voorwerpen als foto’s, een halsband, een puppytandje, de urn of het graf. Ook als je dit niet bewust doet kun je soms overvallen worden door de impact die dit soort voorwerpen kunnen hebben. Wie is wel eens in huilen uitgebarsten toen je nog haren van je huisdier vond? Ook bepaalde momenten of rituelen kunnen onderdeel zijn van deze blijvende band: de verjaardag, de sterfdag of een andere dag zoals Allerzielen. Of een bepaalde activiteit die aan jouw dier gekoppeld was. En dan hebben we natuurlijk de herinneringen op Facebook en de vele foto’s in je telefoon. Allemaal van waarde voor het vormen van een voortdurende band. Bij mensenverlies en continuerende banden spreekt men ook over ‘leven op een manier die de overledene eer aan doet’. Dit kan van alles betekenen, iets afmaken wat diegene niet meer heeft kunnen doen, bepaalde waarden en normen voort laten leven…en ja dit is ook van toepassing op dierverlies. Kijk maar eens hoe vaak mensen uitspraken doen als: “ik heb van deze hond zóveel geleerd!” Ja, ook dat valt onder voortgezette banden en hiermee kun je de connectie vasthouden, op een andere manier. En praten tegen de overledene? Of het nu een mens of een dier is? Dat is dus helemaal niet gek maar juist heel goed in het rouwproces.

Uit onderzoek blijkt dat de uitingen van continuerende banden met overleden mensen of juist met dieren helemaal niet zoveel verschillen. We hebben al eerder besproken dat de hechting en de band tussen mens-mens en mens-dier vergelijkbaar kan zijn, en de verlieservaring is dat ook. En nu blijkt er evenmin een verschil te zijn in de uitingen en ervaring met een continuerende band. Toch maken wij het de rouwende vaak onnodig moeilijk met opmerkingen over dat het goed is om los te laten, om verder te gaan, te verwerken (wat dat dan ook mag betekenen). Dat kan de behoefte om een gezonde blijvende band te vormen belemmeren. Vraag eens: “en op momenten dat je Max zo mist, hoe blijf je dan toch in contact met hem?” In het beste geval reageert iemand dan aarzelend met: “…het klinkt misschien gek, maar…” En daar is het. De band is niet verbroken, hij is alleen veranderd. Laten we deze continuerende banden normaliseren met elkaar. Want het is niet gek! Het is helend.

Effecten van voortgezette banden op het rouwproces
Want er zijn positieve effecten, al is ook de context van belang. Het verband tussen blijvende banden en klachten is namelijk niet eenduidig. Wat we weten is dat het vormen van blijvende banden zorgt voor meer comfort en geruststelling dan stress. Er is een significante correlatie tussen het hebben van een voortdurende band en de ernst van de rouwsymptomen (die zijn dus minder). Tegelijkertijd blijkt ook uit onderzoek dat het vormen van continuerende banden een voorspeller kan zijn voor hogere rouwscores. Hier is vaak verwarring over, want hoe kan dit? Het heeft ermee te maken dat elk onderzoek de nadruk op net iets anders legt. Want als je kijkt naar de mate van hechting, dan heeft dit invloed op het rouwproces (is erger) én op het vormen van blijvende banden. Het is dus meer een kip-ei verhaal. Want het vormen van een continuerende band kan juist als een buffer werken. Dat verschil heeft ook te maken met hoe lang het verlies geleden is en hoe iemand de band vormgeeft. Kort na het verlies is een sterke verbinding normaal en steunend, maar als die band na lange tijd nog even intens blijft en het leven belemmert, kan dat juist zwaarder worden.

Kan het ook erger worden dan? Ja dat is de ambivalentie van de voortgezette banden. Als er geen acceptatie van het verlies zelf is kan een blijvende band ongezond worden en de pijn juist versterken. Denk aan gedachtes als: “ik kan niet verder leven zonder hem” of al te rigide rituelen. Of als men op zoek gaat naar tekenen, wat het dagelijks leven belemmert. Ook kan het zijn dat het verhaal niet klopt, we het niet kloppend kunnen maken (zie volgende alinea) of dat er nog onbeantwoorde vragen zijn. En dan bedoel ik geen vragen die bijvoorbeeld een dierenarts zou kunnen beantwoorden. Het gaat dan om vragen als ’waarom is dit ons gebeurd?’ In dat geval kunnen voortgezette banden de pijn vergroten. Als er geen acceptatie, geen flexibiliteit, geen sociale steun, geen vertrouwen en geen troost is.

 

Kan het ook beter worden, beter dan het was? Ja dat kan. Acceptatie is hier een belangrijke factor in. Maar ook betekenis geven. Wij maken allemaal verhalen over wat ons overkomt in het leven en de dood van een dierbare kan onze overtuigingen doen wankelen. We kunnen dan het verlies in ons bestaande verhaal proberen in te passen óf we verwerken het door een nieuw verhaal te maken met nieuwe betekenissen en overtuigingen. Dit is een stap die kan leiden tot persoonlijke groei na dierverlies. In onze relatie met anderen (empathischer), in onze kracht of spiritualiteit, we zien nieuwe mogelijkheden en waarderen het leven meer. Continuing bonds kunnen hierbij helpen, net als sociale steun, het uiten van je rouwreacties en zelfreflectie. Het actief je rouw verwerken, het doorleven ervan draagt bij aan deze groei, in tegenstelling tot vermijden en isolatie. Persoonlijke groei is niet iets wat móet om een gezond rouwproces te doorlopen en een betekenisvolle en troostende blijvende band te kunnen koesteren. Laten we dat de rouwende alsjeblieft niet óók opleggen, die heeft het al moeilijk genoeg. En of je het nu verwerken, een continuerende band of de regenboogbrug noemt, weet dat je niet gek bent. Je probeert je leven weer te reorganiseren en niemand weet waar je uit gaat komen. Maar het is goed. En als het niet goed is en je herkent dingen van jezelf uit de vorige alinea, zoek hulp. Je hoeft het niet alleen te doen.

© Wendi van Voorst

SCARF Oog voor de mens, daar waar het dier centraal staat

Dit drieluik mag vrij gedeeld worden mits integraal en ongewijzigd, met duidelijke vermelding van de auteur.

Gebruik in onderwijs, trainingen, lezingen of andere professionele contexten is alleen toegestaan na voorafgaande afstemming met de auteur.

Het is niet toegestaan om (delen van) deze tekst te hergebruiken, aan te passen of te presenteren als eigen inhoud zonder expliciete toestemming.

Bronnen:
Neimeyer, Baldwin & Gillies (2006), Continuing bonds and reconstructing meaning: mitigating complications in bereavement.
Hughes & Harkin (2022), The impact of continuing bonds between pet owners and their pets
Lykins et al (2023), Attachment styles, continuing bonds, and grief following companion animal death.
Doka & Martin (2000), Men don’t cry…women do
Cordaro (2012), Pet loss and disenfranchised grief: implications for mental health counseling practice.
Hogan & Schmidt (2002), Testing the grief to personal growth model using structural equation modeling.
Keirse (2017), Helpen bij verlies en verdriet. Een gids voor het gezin en de hulpverlener.